Ds. Hannah Westerink: ‘Het moet zinvol zijn, zingevend voor de wereld om mij heen’


Op 25 mei was de bevestigings- en intrededienst van Hannah Westerink in een volle Johanneskerk. Zij werd bevestigd door ds. Evert Jan Veldman, de emeritus predikant van de Groningse Nieuwe Kerk. Hannah Westerink (1996) groeide op in Elburg, studeerde psychologie en theologie in Groningen en rondde in 2023 haar predikantsmaster (PKN) af. Tijdens haar studie werkte zij onder andere als student-assistent binnen de leerstoel Ethiek in de Gezondheidszorg, waar zij ook haar afstudeerscriptie schreef.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Vierklank.
Geschreven door Henk Dikker Hupkes.

Hannah, je bent nu acht maanden de dominee van de Johanneskerk. Hoe bevalt het?

“Goed! Verrassend goed. Ik vind het werk heel leuk, mooi om te doen. Ik geniet er ook van. Daarnaast vind ik de Johanneskerk een leuke plek. Ik merkte ook bij het Johannesweekend, eind januari twee dagen in een Natuurvriendenhuis waar ik met vijfenvijftig anderen was, dat binnen de kerk veel mensen zijn die met plezier en energie iets organiseren. Dat stemt me hoopvol.”

De Johanneskerk is een bijzondere kerk, een fusiegemeente van doopsgezind, remonstrants en vrijzinnig protestants – een heel andere gemeente dan jouw oude Hervormde kerk in Elburg. Hoe voelt dat?

“Ja. Die identiteiten zijn er wel, mensen voelen zich doopsgezind of remonstrants of van oorsprong vrijzinnig hervormd, maar ze hebben er niet veel woorden voor, en in de praktijk van samen kerk-zijn maakt het niet veel uit. Behalve dat die verschillende tradities juist verrijkend zijn. Als predikant heb ik toch al een aparte positie en het geeft niet dat ik daar enigszins buiten sta.”

“Ik heb een hele ontwikkeling doorgemaakt. Ik heb eerst psychologie gestudeerd in Groningen en toen merkte ik al dat mijn theologie begon te verschuiven. Dat had natuurlijk te maken met uit huis gaan, in contact komen met mensen die er anders over dachten, kortom met volwassen worden. Ik merkte dat ik moest veranderen, want met mijn oude godsbeeld kon ik niet meer uit de voeten. Van huis uit kende ik de Bondskerk en ook wel de Evangelische hoek van de kerk, die beide een tamelijk orthodoxe onderstroom vertegenwoordigen. Ik heb toen veel gehad aan het online platform Lazarus van de EO, met mensen als Alain Verheij, Rikko Voorberg en Reinier Sonneveld, waar ruimte was voor twijfel en vragen. Daar vond ik een andere manier om tegen het verhaal van kerk en evangelie aan te kijken. Ik dacht: ja, zo kun je ook geloven, ik kende dat voorheen niet.”

Niets mooier dan het predikantschap
“Ik heb wel mijn bachelor psychologie afgemaakt, maar ik zag mijzelf niet in dat veld werken. Na allerlei gesprekken realiseerde ik me dat ik eigenlijk altijd al met theologie bezig was geweest. Als kind las ik al godsdienstige boekjes en schreef ik brieven naar de kerkenraad. Toen dacht ik, nou dan ga ik theologie studeren en word ik geestelijk verzorger, dat ligt ook nog een beetje in de lijn van psychologie. Er waren toen nog verschillende afstudeermasters: geestelijk verzorger en predikantschap. Toen ik met theologie begon werd het net één masteropleiding. In dat kader deed ik een predikantsstage in de Nieuwe Kerk in Groningen en daar dacht ik: als het zó kan, dan lijkt niets mij mooier dan het predikantschap.”  

“De Johanneskerk is voor mij de eerste gemeente waar ik voorganger ben. Wanneer mensen vragen naar mijn werk, antwoord ik meestal dat het een leuke, maar rare baan is. Je hebt als predikant veel vrijheid maar tegelijk veel verantwoordelijkheid en daardoor kan het soms ook zwaar voelen. Ik moest daar mee leren omgaan. Die eerste maanden waren pittig, omdat alles nieuw is: je kent de mensen niet, alles wat je doet is in die situatie voor de eerste keer. Je wil het graag goed doen, maar wat is voor de gemeente van de Johanneskerk ‘goed’? Ik had echt de zomervakantie nodig om er afstand van te nemen. Vanaf september heb ik een meer ontspannen houding in mijn werk, wat het ook leuker maakt. Ik kan en durf nu meer te proberen en te ontdekken, in plaats van steeds maar de druk te voelen dat ik het heel goed moet doen. Wat dat dan ook moge zijn, dat goede.”

Hoe ervaar je Amersfoort?

Lachend: “Nog steeds vind ik dat er niets gaat boven Groningen, maar ik vind Amersfoort een fijne stad om te wonen. Ik merkte dat ik me er snel thuis voelde. De eerste tijd dacht ik ook: wat is het hier toch groen, en dan geen grasland zoals je veel aan de randen van Groningen tegenkomt in de vorm van weiland, maar struik, boom en park – heel aangenaam. Het centrum is sfeervol en er wordt hier veel georganiseerd; ook waar ik woon, in Emiclaer, is het gemoedelijk. Ik kom nog wel regelmatig in Groningen, ik heb er de tijd van m’n leven gehad in een belangrijke fase van mijn ontwikkeling en ken er nog steeds veel mensen, maar ik denk nooit: woonde ik hier nog maar. Integendeel: ik ben blij met mijn appartement waar ik uitkijk over de vijver van Emiclaer en de winkels dichtbij heb.”

Regenboog boven Emiclaer. Foto van Mathias Zomer via Unsplash.

Welk aspect van het predikantschap spreekt jou het meeste aan?

“Ik hou van de veelzijdigheid van het ambt en daarin heeft voorgaan wel een bijzondere plek, met alles wat daarbij hoort: voorbereiden, lezen, nadenken, schrijven: het creatieve proces om in woorden en zinnen te vatten wat je zeggen wil. En dat binnen een week. De cyclus waarin je toeleeft naar de zondag waarop je het mag brengen. Tijdens de dienst merk je pas of ‘het werkt’, of de beweging zoals je die in de liturgie hebt opgebouwd, aankomt. Dat lukt de ene keer beter dan de andere. De overweging, het gesproken woord, is belangrijk, maar wel altijd als onderdeel van de hele dienst. Pastoraat vind ik ook mooi om te doen; dat is nu vooral nog mensen ontmoeten: kennismaken en luisteren. Het is waardevol dat je een bijzondere rol in het leven van mensen mag hebben.”

Tot welke soort theologie of welke theologen voel jij je aangetrokken?

“Ik merk dat bij mijn generatie bevrijdingstheologie weer meer is gaan leven. Theologen als Gutiérrez en Sölle worden weer gelezen en aangehaald. Dat zegt ook iets over ons huidig politieke klimaat denk ik. Ook poëzie inspireert mij, ook voor overwegingen, bijvoorbeeld die van de Ierse theoloog en dichter Pádraig Ó Tuama. Hij weet het steeds prachtig te verwoorden. Verder ontleen ik ook veel aan Cole Arthur Riley, een Amerikaanse zwarte vrouw, schrijver, dichter en bedenker van ‘Black Liturgies’. En zo zijn er velen: Nadia Bolz Weber, Martin Buber, Jonathan Sacks, de artiest Nick Cave. En ook zeker degenen die ik gevraagd heb mij in te zegenen tijdens mijn intredeviering.

Wat hen verbindt, is dat ze altijd zelf in het geding durven zijn. Ze komen er met huid en haar in mee; in wat ze zeggen, schrijven, doen. Een zekere belichaming. Die nooit om henzelf draait, maar in relatie staat met de wereld om hen heen. Een theologie die uitgaat van de kwetsbaarheid van de mens, van de wereld. Wat voortdurend vragen oproept en vraagt om aanwezig durven zijn om die vragen te horen.

Dat is denk ik wat ik belangrijk vind qua theologie; dat het belichaamd is, dat je zelf voortdurend in het geding blijft, bevraagd wordt. Door de ander, door de wereld om je heen die alles met jou van doen heeft en vice versa. Theologie moet beleefd en geleefd worden. Bij mooie woorden kan het niet blijven.”

Hoe zie jij je toekomst?

“Dat is voor mij een open vraag, ik zie het wel. Het is niet zeker dat ik altijd predikant blijf. Misschien ook wel, ik vind het een ontzettend leuk en mooi ambt en ik vind religie boeiend. Maar ik weet niet of het hele stelsel van kerken en voorgangers in deze vorm op den duur wel houdbaar is, ik weet ook niet of dat zou moeten; misschien is deze vorm en structuur niet de juiste voor de toekomst. Maar ik ga daar niet over. Voor mij staat centraal dat ik – als het kan – doe wat ertoe doet voor anderen; het moet zinvol zijn, zingevend voor de wereld om mij heen, ook al is het op kleine schaal.”

Start typing and press Enter to search