We zijn allemaal diaken: In gesprek met Rianne Slagboom en Judith Hallie over De Kerk Helpt Mee
Afgelopen najaar werd de website De Kerk Helpt Mee gelanceerd: een digitale hulpknop voor (extra) steun via de kerk. Het is een initiatief van tien wijkdiaconieën van de PGA en de PGHAN. In 2023 begon diaconaal opbouwwerker Jennie Harmelink gesprekken over de behoeften en meerwaarde van een direct platform voor hulpvragen. De beide betrokken Colleges van Diakenen steunden het plan, waarna de oprichting van een werkgroep volgde.
Voormalig PGA-communicatieadviseur Martien Hoekzema en vormgever Ivar van Loen sloten in deze werkgroep aan. Zo ook Rianne Slagboom, diaconaal medewerker voor de hervormde wijkgemeente Sint Joriskerk, en Judith Hallie, diaken bij De Inham. In dit interview spreken we met Rianne en Judith over de samenwerking, noodzaak en toekomstplannen van De Kerk Helpt Mee.
Waarom is deze hulpknop ontstaan?
Rianne: “We wilden heel graag beter gevonden worden. We zaten in de Joriskerk te wachten op hulpvragen. Er is nood, maar we hoorden het nauwelijks. In mijn werk in het sociaal domein zie ik dat hulpverleners weinig weten over de kerk, en van de diaconie hebben velen nog nooit gehoord. Een digitale hulpknop sprak me aan.”
Judith: “Ik vind het belangrijk dat we als kerken meer naar buiten treden. Daarom wilde ik bijdragen aan deze samenwerking tussen de PKN-kerken. We werken ook breder samen, bijvoorbeeld met sociale organisaties in Amersfoort.”
Wat is er veranderd sinds de lancering van de website?
Judith: “In de eerste twee weken hadden we als PGHAN al meer dan twintig aanvragen binnen! Normaal hebben we per kerk rond de vijf aanvragen in een jaar tijd. We vonden het een groot succes, maar moesten ook even slikken. De toename vroeg om een betere organisatie. Als PGHAN doen we nu bij binnenkomende vragen eerst een triage, een soort voorselectie. Sommige vragen zijn ook niet zo ingewikkeld, die kun je makkelijk opvangen. Andere vragen verdelen we onder de diakenen. We kunnen ook gemeenteleden inschakelen via de diaconale hulp-appgroepen.”
Rianne: “De werkgroep vond het spannend om de deuren open te zetten. Zouden er niet te veel hulpvragen op ons afkomen? Daarom is er bewust gekozen om eerst bekendheid bij hulpverleners te vergroten voordat we verdere bekendheid onder particulieren vergroten.”
Op welke manier zien jullie Gods hand hierin?
Judith: “De kern van mijn geloof én godsbeeld is dat het onze opdracht is om een gemeenschap te vormen. Daarin ben je er voor elkaar. God is er als je verbindingen aangaat.”
Rianne: “Er zijn zoveel uitzichtloze situaties. Ik zie in elke hulpvraag iets van God, ook al gaat het om alleen geld. Mensen vinden het ook altijd bijzonder dat je iets komt ‘geven’, terwijl ze zelf geen lid zijn van een kerk. Dat raakt hen wel.”
De ontmoetingen zullen jullie vast ook diep raken. Welke nood is er in Amersfoort?
“Ik zie vooral financiële nood. Bijvoorbeeld een dame met een AOW die echt niets extra te besteden heeft. Recent ging haar elektrische fiets kapot, iets waarvan ze volledig afhankelijk is voor haar vervoer. Geen enkele regeling volstaat om dat voor haar op te lossen. Ik word er blij van dat de diaconie dit dan kan oplossen.”
– Rianne Slagboom, diaconaal medewerker hervormde wijkgemeente Sint Joriskerk
Judith: “Ik herken dit wel, maar ik zie steeds meer mensen die het contact met de samenleving verliezen. Dit zijn vaak arme mensen. Toch zijn er ook voldoende mensen met weinig inkomen die wel alle regelingen weten te vinden. Maar er is een grote groep die deze vaardigheden niet heeft en daardoor geïsoleerd raakt.”
Hoe ontstaat deze nood?
Judith: “Ik zie dat als een gevolg van de doorslaande digitalisering van overheid en instellingen. Er is weinig persoonlijk contact bij hulpvragen. Er wordt vanuit gegaan dat mensen zelfstandig, digitaal en zelfredzaam zijn, maar dat is niet voor iedereen zo. Mensen raken daardoor achterop. Wantrouwen naar de overheid helpt daar ook niet bij…”
Rianne: “Mooi wat je zegt, Judith, het is inderdaad niet alleen een financiële vraag. Ik zie ook vaak eenzame mensen, met nauwelijks een netwerk. Dan is onze rol als diaken of diaconaal medewerker echt anders dan die van hulpverleners. We kunnen meer in het contact betekenen. Anders dan hulpverleners zitten wij dan niet vast aan tijdsblokken of regels. We moeten ons wel blijven bezinnen op welke hulpvragen bij ons passen. Dit hebben we ook veel besproken in de werkgroep. Hoe ver zetten we de deur open?”
Judith: “Er moet een bijzondere situatie zijn, iets wat een uitzondering vormt en wat niet kan worden opgelost door regelingen of hulp van de overheid. Dat is ook iets om samen te ontdekken, want deze afweging kan ook per diaconie verschillen”.
Hoe kunnen wij als gemeenteleden betrokken raken bij de hulpvragen?
Rianne: “Helpen is soms spannend, het is vaak onbekend terrein. En geld geven voelt soms ook net iets makkelijker. Wij proberen zelf, als een hulpvraag groter is zoals bij ziekte, anderen te betrekken door hulp te verdelen in een poule.”
“Er gebeurt zoveel in de kerk, veel heeft ook een diaconaal karakter. Toch ben ik als diaken zoekende hoe ik gemeenteleden kan betrekken bij individuele hulpvragen. We hebben een appgroep. Wellicht moeten we aan de slag met een kerk-overstijgende appgroep voor hulpbieders?”
– Judith Hallie, diaken De Inham
Rianne: “Dat is best een goed idee. Ik ben ook trots op de rol die christenen hierin kunnen spelen. Vroeger waren wij er juist voor de zorg van de armen en de zieken. De overheid nam dit werk later over. Het is belangrijk dat we weer een gemeenschap gaan vormen die ook voor elkaar zorgt. Als inwoners en kerkleden moeten we elkaar toerusten: hoe ga je om met de medemens die de dingen anders doet dan jij? Als diaconie moeten we nadenken hoe we kerkleden de mogelijkheid geven om betrokken te raken.”
Judith: “Ik zag laatst op een kerkelijke website deze leus: ‘We zijn allemaal diaken’. Dat sprak me aan. Hulp bieden is niet enkel een taak voor de diakenen. Als we als christenen willen omzien naar onze medemens, dat vraagt wat van onze innerlijke diaken. Ik ben hoopvol om hiermee de komende tijd aan de slag te gaan.”




