Rijke mensen kunnen iets doen: een interview met Jan Nienhuis

Sommige personen in de Bijbel hebben een hoofdrol. Ze komen in een aantal Bijbelboeken of-verhalen voor. Er zijn ook personages die als de Bijbel een toneelstuk zou zijn, een bijrol of een hele kleine rol zouden hebben. Het is bijzonder dat juist zulke mensen met hun bescheiden rol, nu mensen aanspreken en inspireren.

Dit artikel verscheen eerder in Vierklank en is geschreven door Irene Stok. De afbeelding boven dit artikel heet Christ with Joseph of Arimathea (c. 1525) en is gemaakt door Giovanni Girolamo Savoldo (Italian, 1485 – 1548).

Iedereen is diaken

Jan Nienhuis is doopsgezind en lid van de Johanneskerk. In de Johanneskerk komen mensen die zich vrijzinnig noemen. Zie onderaan dit artikel voor meer informatie over deze gemeente.

Jan legt uit waarin de doopsgezinden verschillen van de remonstranten en de PKN: ”Wij kennen de volwassendoop; doopsgezinden zijn pacifistisch ingesteld, ik heb zoals veel doopsgezinden dienst geweigerd; en de doopsgezinde gemeenten kennen geen ambten. Dat laatste betekent dat iedereen tot alles is bevoegd, iedereen is diaken. Er is wel een opleiding voor predikant en wij noemen de voorganger een herder en leraar. Hij of zij (de eerste vrouwelijk dominee in Nederland was doopsgezind!) staat naast de gemeenteleden, niet erboven. Die bevoegdheid voor alle leden houdt in dat ik mag preken. Ik ga regelmatig voor, zoals in augustus bij de doopsgezinde gemeente in Zeist, bij de lutheranen in Utrecht en in de Johanneskerk. Als ik niet dopers was geweest, had dat niet gekund. Wij kennen een radicaal priesterschap aller gelovigen.”

Jan Nienhuis: “Als ik zie dat ik iets kan doen, dan moet ik het doen.”

Een rijk man

Joseph van Arimatea is een persoon uit de Bijbel die voor Jan inspirerend is. “Hij was een rijk man. Hij heeft zijn eigen graf ter beschikking gesteld voor Jezus. Het was nog maar net uitgehouwen en hij kon niet weten dat de Heer na drie dagen weer op zou staan en dat hij het graf alsnog zelf kon gebruiken. Nee, hij was het kwijt, hij heeft dat graf gegeven. Hij had de middelen om zo iets te doen. Hij is in het verhaal een passant, een figurant. Maar hij doet wel iets wezenlijks wat weinig mensen kunnen doen. Hij doet vier dingen: hij vraagt Pilatus om het lichaan van Jezus, hij neemt Jezus van het kruis, balsemt zijn lichaam en legt hem in het graf. Daarna is zijn beperkte rol over; hij wordt wel in alle vier de evangeliën genoemd. Zijn handelen is heel diaconaal. Joseph van Arimatea heeft de middelen om iets te doen en hij doet het ook. Er zijn weinigen die anderen financieel helpen kunnen en daarvan zijn er weinig die het daadwerkelijk doen. De naamdag van Jospeh van Arimatea is op 17 maart en dan gedenk ik hem.”

Een man als ik

Jan is opgegroeid op een boerderij in Groningen. “Ik ben rijk opgegroeid. Dat wil zeggen er was altijd geld voor wat er nodig was; niet voor wat niet nodig was. Wij hoorden in het dorp bij de eerste mensen met een auto, we woonden afgelegen. Maar ik ben niet opgegroeid met muziek, we hadden geen pick-up of cassetterecorder. Ik heb nu ook geen televisie.”

Jan werd zelf geen boer. Na de HBS wilde Jan theologie studeren, maar het lukte hem niet om zijn Grieks en Latijn op voldoende niveau te krijgen. Hij heeft daarop de HEAO gedaan en een eerstegraads lesbevoegdheid verkregen in algemene economie. Naast een aantal jaren voor de klas heeft hij in verschillende organisaties gewerkt; de laatste veertien jaar als adviseur praktijkleren waarbij hij erkenningen als leerbedrijf afgaf voor mbo-stages.

Dat zijn geen banen waar je rijk van wordt en toch zegt Jan: “Joseph van Arimatea is een rijk man, dat heb ik met hem gemeen.” Zijn ouders hebben goed geboerd en na hun overlijden erfden Jan en zijn broer een behoorlijke som geld. Jan woont in een rijtjeshuis en hoeft geen luxe. Hij wil iets doen voor anderen met zijn geld. Joseph van Arimatea is daarin een inspiratie voor Jan. “Het feit dat hij het ook doet. Hij had zich op de vlakte kunnen houden. Maar hij handelt. Daar zit het doopsgezinde van mij wel in. Ik ben meer een doener dan een prater. Toen ik het verhaal van Joseph las, dacht ik: ‘Dat is een man als ik.’ Er zat herkenning in.”

Jan voelt zich verwant met Joseph omdat hij ook middelen heeft om iets voor een ander te doen en dat doet hij ook. “Zo huisvest ik een Iraanse jongeling en een moeder met jonge kinderen. In de Langestraat werd ik aangesproken door een man die dakloos is en hij vroeg: ‘Ziet u wel hoe mijn gebit eruitziet?’ Ik zei: ‘Ja, je moet nodig naar de tandarts.’ De man zei dat hij daar geen geld voor had. ’Zullen we daar eens iets aan doen?’ vroeg ik hem. Soms lukt dat. Maar bij deze man bleek dat hij bang voor de tandarts was.”

Appèl

Jan geeft aan dat hij begaan is met andere mensen. “De filosoof Levinas zegt dat wanneer je iemand in de ogen kijkt, er een relatie ontstaat en dat de ander een appèl op je doet. Als ik zie dat ik iets kan doen, dan moet ik het doen.”

Dat doet Jan niet alleen met geld. Hij zet ook zijn tijd in. In de kerk regelt hij de verhuur, doet het beheer en is boekhouder. Twee keer per maand gaat hij in het holst van de nacht een paar gemeenteleden ophalen en dan rijden ze naar Kampen waar ze van vier uur ’s nachts tot acht uur ’s morgens meewerken aan de doorlopende kerkdienst voor het kerkasiel van de familie Babayants. “Ik ga nooit met een lege auto. Er gaan altijd mensen mee. Het is geen activiteit van de Johanneskerk; niet iedereen is voor het kerkasiel, maar ik krijg wel ruimte om een oproep te doen voor mensen die mee willen. Ik word gedragen door de gemeente. Ik ben een actiegroep in mijn eentje!”

In Schothorst waar Jan woont, organiseert hij gesprekken met buurtbewoners over de komst van een azc. “We hebben het eerste gesprek gehad. De mensen die toen kwamen zijn kritisch positief. Er is gesproken wat wij voor deze mensen kunnen doen en wat zij voor de wijk kunnen betekenen. Ze zouden kunnen gaan wandelen met mensen van de Koperhorst. Zo ontstaat er een wisselwerking.”

Toen Jan met pensioen ging, was hij bang voor twee ‘demonen’: verveling en eenzaamheid. Van beide heeft hij geen last.

De Johanneskerk is een samenwerkingsverband tussen de doopsgezinde gemeente Amersfoort (23 leden en vrienden), de remonstrantse gemeente Amersfoort (59 leden en vrienden) en de vrijzinnig protestantse wijkgemeente van bijzondere aard van de PGA (60 leden en vrienden). Deze leden zijn lid van hun eigen kerkverband én van de Johanneskerk. Daarnaast zijn er 28 vrienden van de Johanneskerk.

Start typing and press Enter to search