Column | Kopje liefde
Met de overburen lees ik samen Trouw. Inderdaad, een papieren krant. Ik houd van de geur van het papier en van de rust die daarvan uitgaat. Iedere ochtend zwaai ik naar de krantenjongen die op zijn scooter door de buurt rijdt. Als hij niet te druk is, zwaait hij terug met een brede glimlach. Zo’n eenvoudig moment van contact kan mijn dag maken.
Geschreven door diaconaal opbouwwerker Jennie Harmelink, en gepubliceerd in Vierklank
Het zijn kleine, dagelijkse gewoonten. Toch schuilt daarin iets waardevols. Het gaat om de ander, om mijzelf en om wat er tussen mensen kan ontstaan. Die momenten voelen als een dagelijkse oplader van mens tot mens. Tegelijkertijd lees ik in dezelfde krant over oorlogen, polarisatie, uitsluiting en natuurrampen. De wereld lijkt soms steeds harder en onrustiger te worden. Juist daarom probeer ik bewust oog te houden voor schoonheid, vriendelijkheid en verbondenheid.
Onlangs bezocht ik iemand in Limburg die voor de zoveelste keer uit een ggz-instelling werd gezet vanwege onbegrepen gedrag. Als 72-jarige leeft hij nu tijdelijk met een tentje op campings en soms in de vrije natuur. Hij worstelt al jaren met boosheid over onrecht, met regels die hij als betuttelend ervaart en met het oordeel van anderen.
Het is een intelligente man. Hij studeerde aan het conservatorium, speelt prachtig Bach op zijn accordeon en blonk vroeger uit in wiskunde. Toch is het nooit gelukt om passende hulp te vinden. Zijn wisselende stemmingen en zijn wantrouwen maken dat moeilijk. Daardoor valt hij steeds weer tussen wal en schip.
We ontmoetten elkaar in zijn kerk: de katholieke Minderbroederskerk (de jongerenkerk) in Venlo. Een kleine, vergrijzende geloofsgemeenschap waar na de viering altijd koffie wordt gedronken en waar bezoekers van buiten welkom zijn. De pastor zet zich met hart en ziel in voor mensen die kwetsbaar zijn en nergens echt lijken te passen.
Die zondag gaf mij hoop. Niet omdat alle problemen waren opgelost, maar omdat ik zag hoeveel een gemeenschap kan betekenen. Deze man verloor veel in zijn leven, maar hier hoort hij erbij. Hier kent men zijn naam. Hier wordt naar hem geluisterd.
Voor het nieuwe kerkelijke seizoen wens ik ons toe dat wij zulke plekken van hoop blijven. Dat wij vele kopjes liefde mogen ontvangen én schenken. Want soms begint Gods nabijheid heel eenvoudig: met een glimlach, een luisterend oor of een kop koffie.


