Kennismaking met AK-voorzitter ds. Arjan Plaisier
Ds. Arjan Plaisier heeft de voorzittersrol van de algemene kerkenraad (AK) van de Protestantse Gemeente Amersfoort (PGA) aangenomen. Hij zet deze stap na een direct verzoek aan zijn adres. Dat vraagt om een verdere verkenning van deze emeritus-predikant, met voorliefde voor theologie, filosofie en literatuur.
Route
Plaisier woont sinds 2003 met veel plezier in Randenbroek. Ooit is hij begonnen als zendingspredikant en docent aan een theologische hogeschool in Indonesië. Eenmaal terug in Nederland werd hij beroepen in Leersum en tweemaal in De Brug. Daartussen was hij scriba van de landelijke protestantse kerk en vervolgens predikant in een pioniersplek in Apeldoorn. Onlangs vierde hij zijn veertigjarige ambtsjubileum.
Keuzes
Plaisier gaat liever niet direct af op wat hij zelf wil. ‘Soms word je gevraagd voor rollen omdat anderen denken dat je het kunt’, vertelt hij. Hij vervolgt: ‘Zo twijfelde ik zelf toen ik gevraagd werd als scriba van de PKN, maar achteraf ben ik er dankbaar voor dat het gebeurde. Bij de kerk horen, is horen bij een groter geheel waar je uit je schulp wordt getrokken. Het is ook de plaats waar je van je eenzame ik wordt bevrijd. Dat is heilzaam en fascinerend’.
Ook zijn vrouw is daarin een inspiratie. ‘Toen mijn kant op gekeken werd voor voorzitterschap van de PGA, zei mijn vrouw: “Dat moet je maar doen”. Zij ziet goed voor zich waar ik dan voor wordt gevraagd en moedigt mij aan’.

Roeping
Plaisier had als zeventienjarige steeds minder op met het geloof, maar meer vertrouwen in wiskunde en wetenschap. Dat veranderde toen hij een boek las over de grote denkers van het christelijk geloof. ‘Het zette mij met een slag in de grote ruimte van kerk en christendom. Dat gistte in mijn hoofd en hart, het zette de boel op zijn kop. Ik wist toen waar mijn roeping lag en koos voor de studies theologie en filosofie’.
Ruimte
Dat besef van ruimte is Plaisier altijd bijgebleven. De kerk is als een kathedraal die ruimte opent en ruimte geeft, ook aan een grote diversiteit van gelovigen. Kerkzijn vraagt ook om een dwarse overtuiging dat het christelijk verhaal niet voorbij is, maar springlevend is. ‘God is niet versleten, maar is werkelijkheid hier en nu. Wat je als kerk wilt overdragen aan de volgende generatie moet een verhaal zijn dat je zelf echt belangrijk vindt en waaruit je zelf leeft’.
Inzet
Het bestuurlijke op zich heeft hem nooit zo getrokken, maar het geeft wel de mogelijkheid een bijdrage aan het kerkzijn in Amersfoort te geven. ‘Als ik naar het geheel kijk, dan is er veel te zien van geloof, hoop en liefde. Wij mogen onze zegeningen tellen met negen wijkgemeenten en zoveel mensen die de weg op zondag naar de kerk weten te vinden. Maar naast bloei is er krimp en naast zegeningen zijn er zorgen’. Het is daarbij goed te beseffen dat we niet negen filialen zijn die niets met elkaar van doen hebben. ‘We zijn wijken die elkaar mogen troosten, bemoedigen, stimuleren, toerusten, aanmoedigen en helpen. In dat verband zie ik de AK en mijn rol binnen het moderamen’.

