Harm Dane spreekt Troonbede uit

Numeri 27:1-8

De dochters van Selofchad, Machla, Noa, Chogla, Milka en Tirsa kwamen naar de ingang van de ontmoetingstent en wendden zich tot Mozes, de priester Eleazar, de leiders en het gehele volk. Zij legden hun het volgende voor: Onze vader is in de woestijn gestorven. (…) Hij had geen zonen. Moet de naam van onze vader nu uit de familie verdwijnen omdat hij geen zoon heeft nagelaten? Wijst u ons toch, net als de broers van onze vader, een stuk grond toe. Mozes legde hun zaak aan de Heer voor en de Heer zei tegen Mozes: De dochters van Selofchad hebben gelijk. Je moet hun inderdaad een stuk grond in bezit geven, net als de broers van hun vader. Wat hun vader toekwam, moet op hen overgaan. En zeg tegen de Israëlieten: Wanneer iemand sterft zonder een zoon na te laten, dan moet zijn bezit overgaan op zijn dochter.

Romeinen 8:22-30

Wij weten dat de hele schepping nog altijd in barensweeën zucht en lijdt. En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan. In deze hoop zijn we gered. Als we echter nu al zouden zien waarop we hopen, zou het geen hoop meer zijn. Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien? Maar als wij hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden. De Geest helpt ons in onze zwakheid: wij weten immers niet wat wij in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten. God, die ons doorgrondt, weet wat de Geest wil zeggen. Hij weet dat de Geest volgens zijn wil pleit voor allen die hem toebehoren. En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede. Wie hij al van te voren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters. Wie hij hiertoe heeft bestemd, heeft hij ook geroepen; en wie hij heeft geroepen, heeft hij ook vrijgesproken; en wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij nu al laten delen in zijn luister.

TROONBEDE, WAAR IS DAT GOED VOOR?

Bete mensen,

Het is al bijna gewoonte in Amersfoort. Op de maandag voor Prinsjesdag bidden we voor de overheid, allereerst de rijksoverheid, in het verlengde daarvan ook voor de lagere overheden. Een mooi moment met elkaar in het licht van het parlementaire jaar dat voor ons ligt. Een spannend jaar, niet alleen vanwege de verkiezingen in maart, maar zeker ook vanwege de schokkende maanden achter ons en de ingrijpende gevolgen daarvan in de komende maanden, misschien wel jaren. Genoeg reden om de overheid op te dragen in onze gebeden. Of is dat al te makkelijk? Weten we wat we doen als we bidden voor de overheid? Waar is het goed voor?

Dat lijkt een veilig theoretische vraag, maar hij wordt direct op scherp gezet als we ons realiseren dat het voor veel mensen in deze wereld moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk is om te doen wat wij hier vanavond doen. Zij gaan dagelijks gebukt onder corruptie of vervolging van de kant van hun overheid. We denken aan de mensen in Wit Rusland, in Congo, in Brazilië, we denken aan de politieke gevangenen in veel landen in de wereld, aan de Oeigoeren in China, de Christenen in Saoedi Arabië, de moslims in India. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Bidden voor de overheid, waar hebben we het over? En dan zijn er ook nog de mensen die niet eens een overheid hebben om voor te bidden, gevlucht uit eigen land, dobberend ergens op zee, uitzichtloos wachtend in of zonder een kamp. Maar laten we niet vergeten: ook dichter bij huis zijn er mensen die alle vertrouwen in hun overheid kwijt zijn. Ik noem alleen maar de toeslagenaffaire en de aardbevingsschade en we realiseren ons dat ook in ons eigen land voor sommige mensen het bidden voor de overheid echt teveel gevraagd is.

Als wij daarom voor de overheid bidden, doen we dat met in ons achterhoofd al die mensen die het gebed op de lippen bestorven is. Hun verzuchtingen en vervloekingen nemen wij op in onze gebeden. En we realiseren ons, dat ons gebed voor de overheid allereerst een dankgebed is. Een dankgebed voor de democratische rechtstaat waarin wij leven, voor het recht om onze stem te verheffen, te stemmen, te protesteren, voor de vrijheid om hier bij elkaar te kunnen komen, voor de bescherming van minderheden in dit land. Het lijken allemaal vanzelfsprekendheden. En daarom bidden we voor de overheid, omdat het geen vanzelfsprekendheden zijn. De overheid heeft de dure plicht deze rechten te beschermen en we weten al te goed, we worden er dagelijks mee geconfronteerd, hoe kwetsbaar die rechten steeds weer zijn. Daarom bidden we. En we zijn dankbaar, dankbaar ook dat er steeds weer mensen zijn, die de verantwoordelijkheid op zich willen nemen om mede vorm te geven aan onze overheid, mensen in het parlement, in de regering, als ambtenaar, als politieagent en boa, als rechter. Allemaal overheid, allemaal mensen in hun uiteenlopende verantwoordelijkheden, maar allemaal onmisbaar voor een betrouwbare overheid.

Ons gebed is een dankgebed. Lang geleden leerde ik van mijn dominee op catechisatie wat het betekent als vader (toen alleen vaders nog werkten) aan tafel bij de maaltijd het dankgebed uitspreekt. Als vader de goede God dankt voor het eten, kan hij in het gezin niet het beste stuk vlees opeisen met als argument dat hij het toch is, die het eten op tafel brengt. Anders gezegd, waar gebeden wordt kan niemand de eer voor zichzelf opstrijken, zichzelf belangrijker vinden dan de ander, prat gaan op eigen verdiensten en kwaliteiten. Het dankgebed is uiting van en oefening in bescheidenheid. Dat wij het goed hebben in dit land is niet onze verdienste, geen reden om ons te verheffen boven anderen, hen verwijten te maken en hen met dedain de les voor te schrijven. Dankbaarheid is de opmaat voor royale hulpvaardigheid.

Het gebed voor de overheid is niet alleen dankgebed, het is ook voorbede. De voorbede schept een bijzondere band, een combinatie van betrokkenheid en distantie. Met de voorbede breng je onder woorden dat de ander je ter harte gaat, jawel, maar ook dat je niet samenvalt met de ander, dat je je eigen verantwoordelijkheid hebt en in vrijheid tegenover die ander staat. Kort gezegd: bidden schept vrijheid. Bidden voor de overheid geeft ons de vrijheid om onze eigen verantwoordelijkheid te nemen en ons vrijmoedig en kritisch tegenover die overheid op te stellen. Bidden voor de overheid betekent met andere woorden zich verplichten tot actief burgerschap, desnoods tegen de verdrukking in. Bidden voor de overheid vraagt iets van ons. Wie voor de overheid bidt, bidt voor de burgers. Daarom las ik dat verhaal uit Numeri. Ik ben diep onder de indruk van die vijf zussen. En de bijbelschrijver kennelijk ook. De vijf vrouwen worden niet voor niets alle vijf met name genoemd. Stel je voor. Het volk is nog onderweg door de woestijn, maar regeren is vooruitzien: de tekening van het beloofde land is gemaakt, het land is verdeeld. Dat zal heel wat (zoals dat tegenwoordig heet) bestuurlijk overleg hebben gevergd, voordat alle stammen en families zich konden vinden in de verdeling. Een verdeling tussen allemaal manlijke familievertegenwoordigers. Het verhaal speelt in een patriarchale cultuur. En dan komen er vijf vrouwen. En die zeggen bescheiden maar resoluut: wij zijn er ook nog! Zij vragen met zoveel woorden: Doet dit recht aan de bevrijding uit de slavernij, dat wij vrouwen helemaal niet meetellen? Ten overstaan van heel het volk. Je hoort iedereen denken: Ja, doei, wie denken jullie wel dat je bent?! Politiek is een mannenzaak en we gaan niet opnieuw die hele exercitie ondernemen, de besluiten zijn genomen. En ook Mozes zal een diepe zucht geslaakt hebben. Maar hij heeft de wijsheid de meisjes niet af te poeieren! Hij had zich kunnen verschuilen achter zijn goddelijke opdracht. Het is zo makkelijk voor de bestuurder om zich te verschuilen achter principes, regeerakkoord, partijprogram. Maar Mozes legt de vraag van de vrouwen voor aan God en (voor mij een van de meest ontroerende momenten in de Bijbel) God geeft de vrouwen gelijk! God geeft toe: ik heb een foutje gemaakt. Mozes, je moet de verdeling van het beloofde land overdoen.

Een ontroerend verhaal. Vijf vrouwen als lichtend voorbeeld van goed burgerschap binnen een sfeer van respect voor elkaar. Bidden voor de overheid is een aansporing voor een kritische houding, zelf blijven nadenken, nooit zomaar genoegen nemen met besluiten, maar altijd doorvragen: is het wel eerlijk wat hier gebeurt? De vraag van de vrouwen wordt met respect gebracht en zij worden met respect behandeld. En ook dat is een goede reden om te bidden voor de overheid: het gaat om respect hebben voor elkaar! We leven in een heel ingewikkelde samenleving, met allemaal verschillende meningen en belangen en gevoelens en toekomstverwachtingen. De vragen waar we met elkaar voorstaan zijn kierewiet ingewikkeld en complex. Crisis, milieu, stikstof, tweedeling, China, Europa, het kan niet anders of er worden besluiten genomen waar we het niet mee eens zijn. Dat kan niet anders, maar we hebben respect voor de zware taak om in onze heel ingewikkelde samenleving leiding te geven als overheid. Besturen, besluiten nemen in heel complexe vraagstukken bij afweging van vele tegenstrijdige argumenten en heftig botsende belangen, ga er maar aanstaan. En geen besluit nemen is ook een besluit. Altijd de verantwoordelijkheid, altijd weten dat je mensen in hun belangen moet schaden. En is er opeens ook nog de uitbraak van een onbekend virus wereldwijd, waar je als overheid niet op bent voorbereid en waar je toch besluiten over moet nemen. Bidden betekent respect tonen. Je dus niet mee laten slepen in complottheorieën of schouderophalend maatregelen aan je laars lappen. Maar ook de middelen beschikbaar willen stellen om de overheid zijn werk te laten doen. Je kunt toch moeilijk maandag voor de overheid bidden en dinsdag roepen dat de overheid veel te duur is en dat er best bezuinigd kan worden op ambtenaren en politie en rechterlijke macht omdat het allemaal onze belastingcenten zijn. Bidden voor de overheid wil ook zeggen de overheid in de gelegenheid stellen zijn werk goed te doen in een steeds ingewikkelder wereld. En heel simpel: dat kost geld, veel geld.

Bidden voor de overheid: we doen het voor anderen, we doen het om onze dankbaarheid te uiten, we doen het om kritisch te blijven tegenover de overheid, omwille dus van goed burgerschap en we doen het omwille van het respect voor elkaar. En met dat respect komen we op het laatste punt. Want respect betekent ook: we moeten niet alles van de overheid verwachten. Geen enkele overheid is bij machte de hemel op aarde te maken. Heel veel ellende in de wereldgeschiedenis vindt zijn oorzaak in de hoogmoed van overheden om het eeuwige geluk te moeten en te kunnen brengen aan zijn onderdanen. Overheden vinden het niet fijn hun eigen betrekkelijkheid, hun beperkingen en hun tijdelijkheid onder ogen te zien. Een uitstapje. De christenvervolging in het oude Rome was niet het gevolg van gebrek aan godsdienstvrijheid. Het Romeinse Rijk kende een grote mate van godsdienstvrijheid. Maar dat de christenen de spoedige (!) wederkomst van de Messias verwachtten, dat zat de Romeinse elite dwars, want dat betekende dat de christenen uitzagen naar het einde van het Romeinse Rijk. Dat kon niet waar zijn, zoveel fantasie hadden de Romeinse keizers niet, dat ze zich een wereld konden voorstellen, beter dan de hunne. En nog steeds, steeds weer zijn er machthebbers en overheden die zich niet kunnen voorstellen dat zij van het toneel zouden moeten verdwijnen. Helaas is de angst als van de Romeinse keizers ook tweeduizend jaar later nog actueel. Bidden voor de overheid betekent inderdaad bidden voorbij de overheid. Biddende voor de overheid reikt onze fantasie voorbij de bestaande werkelijkheid, voorbij ons voorstellingsvermogen. Daarom zegt Paulus: wij weten niet wat wij zullen bidden. De hemel op aarde gaat ons verstand en onze fantasie te boven. Alleen God kan zich dat voorstellen, Hij weet daarom, met de woorden van Paulus, wat wij bidden willen. Zolang de Messias niet gekomen is, proberen we er met veel vallen en een beetje opstaan het beste van te maken. En we prijzen ons gelukkig met een overheid die zich op een of andere manier inzet voor het algemeen welzijn, niet alleen op eigen gewin uit is of naast zijn schoenen loopt van eigendunk en zelfoverschatting. Maar kunnen wij ons nog een andere vorm van samenleving voorstellen dan wat we nu hebben? Ooit zei een filosoof: wij in het westen kunnen ons het einde van de wereld beter voorstellen dan het einde van de kapitalistisch wereldwijde markteconomie. Biddende met Paulus weerspreken we de filosoof. Biddende houden we de fantasie van de hemel op aarde wakker. Reikhalzend zien we er naar uit: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wij zijn niet overgeleverd aan de bestaande orde. Paulus gebruikt de woordreeks Bestemd, geroepen, vrijgesproken, delen in Zijn luister. Een logische, een onontkoombare opeenvolging van begrippen: bestemd, geroepen, vrijgesproken. Biddende worden wij in de vrijheid gezet, worden wij boven onszelf uitgetild, wordt ons een blik gegund voorbij de horizon. En dat schept verplichtingen. De verplichting om vrijmoedig en bescheiden de verantwoordelijkheid van burger op ons te nemen. Net zoals de dochters van Selofchad dat deden, ik noem ze nog een keer: Machla, Noa, Chogla, Milka en Tirsa. En we bidden ondertussen zonder ophouden: Uwe Koninkrijk kome! Want als die bede verstomt, hoeven we ook niet meer voor onze overheid te bidden.

Ik dank u voor uw aandacht.

Start met typen en druk op Enter om te zoeken

X