Afscheid van ds. Paul van der Harst

De studeerkamer van ds. Paul van der Harst, predikant van de Emmaüskerk, weerspiegelt zijn belezenheid. Knap is dat hij in de veelheid aan boeken feilloos de weg weet te vinden. Paul is geboren in 1951, heeft zich jarenlang beziggehouden met ontwikkelingssamenwerking in Latijns Amerika en de Emmaüskerk is sinds 1999 zijn eerste gemeente. Een gesprek met hem is een tocht naar nieuwe gezichtspunten die de moeite waard zijn om uit te diepen.

Nieuwe lijnen

Fietsend langs de Rietveld Stoel op het Eemplein herinnert Paul zich zijn kennismaking met het werk van Piet Mondriaan in het Haagse Gemeentemuseum. Hij was verbaasd hoe deze man de omslag heeft kunnen maken van romantisch naar abstract schilder. Denk aan de door Mondriaan vaak geschilderde boom waarvan het lijnenspel steeds verder werd geabstraheerd. Paul: ‘Het heeft me al lang beziggehouden hoe in de tijd waarin Mondriaan die omslag maakt, de Belle Epoque rond 1900, zich enorme ontwikkelingen voordeden, in de kunst, de techniek en het geloof. De auto deed zijn intrede, de bouwtechniek maakte ongekende constructies mogelijk, er kwam telecommunicatie en het mondiale denken ontwikkelde zich. Op geloofsgebied ontstaat een liberale theologie met als kenmerk de tekst kritisch te bekijken. De mens wordt zich bewust van het wederkerige in de relatie met God. Het gesprek tussen God en mens wordt een thema. Hij roept ons en wij roepen Hem. Die relatie verwijst naar wie we zijn: mensen, betrokken op elkaar, vanaf ons prilste begin, geboren uit een relatie.

Paul van der Harst studeert in de jaren ’70 aan de Sociale Academie in Amsterdam. Wat voor tijd het was? Paul: ‘Het was een tijd van grote tegenstellingen, het burgerlijke tegenover het kritische, het conservatieve tegenover het progressieve, maar ook de onttovering tegenover het religieuze. Ik heb daar geleerd te denken vanuit de tweepoligheid. Waar twee polen zijn is altijd de mogelijkheid van gesprek. Voor mijn denken over de relatie met God is dat later van groot belang. Om een voorbeeld te geven: zowel Abraham, Mozes, Job als Jezus gaan in discussie met God. In die wederkerigheid verandert de mens, maar verandert ook God. Zoals bij Mondriaan de werkelijkheid op een andere manier wordt verbeeld. Hij ontdekte nieuwe lijnen. Zo gaat het bij mij ook in het denken over God. De Bijbel is niet één verhaal, maar een canon met uiteenlopende stemmen, vergelijk het met de kleurvlakken in de schilderijen van Mondriaan’.

Meerstemmig

Paul: ‘Ik ben God en de Emmaüsgemeente dankbaar dat ik de kans heb gekregen mij te verdiepen in de tekst van de Bijbel en in de levens van mensen. Het Leven is niet te begrijpen en ook de Bijbel is onlogisch. Het blijft altijd meerstemmig. Een theoloog moet op een nieuwe manier antwoord geven op en inhoud geven aan de God van de Bijbel. Tegenwoordig is de kennishorizon ongelooflijk groot. Van alle wetenschappelijke ontdekkingen die nu gedaan worden, weten we nog lang niet hoe het werkt. We hebben het DNA gevonden maar weten niets van de achterliggende fenomenen. Als de moderne theoloog zegt ‘we hebben dus niets meer te zeggen’ zit die er behoorlijk naast. Het wordt eigenlijk steeds mooier – wie nu de oude woorden spreekt ‘Schepper van het heelal’ staat vandaag de dag in een nieuwe grootsheid die mij met verbazing aangrijpt. Aan de andere kant ben ik ook verbijsterd door de ellende en de narigheid die zich in de wereld manifesteren. Hoe kunnen wij geloven ná Auschwitz. Maar zowel de verpletterende schoonheid van het onmetelijke heelal als die afgrijselijke misère zijn al in de Bijbel te vinden is. Beide uitersten vragen ons op die weerbarstigheid in te gaan. In het leesrooster voor de kerken van de in dat jaar te lezen Bijbelteksten moet je als voorganger een eigen creativiteit weten te vinden. Paul: ‘Ik ga er eerst van uit dat de tekst en ik ‘niets’ met elkaar hebben, maar we worden wel uitgedaagd een relatie met elkaar aan te gaan. Als dat lukt, is er het Godswonder van het ‘verstaan’, waardoor ik altijd geraakt word. Dat ontstaat in de vreemdheid van het ‘niet weten’.

Tegenstellingen vormen

In aanraking gekomen met het Hebreeuws, ben ik me gaan interesseren voor de rabbijnse commentaren en doe elk jaar mee in een Leerhuis. Daar kom je de in een woord verborgen relaties tegen. In het Hebreeuws zit bijvoorbeeld in het meervoud ‘hemelen’ een tweetal begrippen verborgen, namelijk vuur en water. Je kunt het ook vertalen in toorn en liefde. In het begrip hemelen komen tegenstellingen uiteindelijk bij elkaar. In ons leven speelt dat ook. Als kind kun je het volledig oneens zijn met je vader. Je kunt zeggen ‘pa, ik vind dat je ernaast zit, je bent verkeerd bezig, maar toch… houd ik van je’. We mogen en moeten elkaar in de relatie kritisch bevragen. Als we tegen het vreemde van de teksten en het leven aankijken, moeten we het vreemde daarin opzoeken. Het niet uit de weg gaan. In de worsteling met de dialoog is de relatie principieel. Komen bijvoorbeeld vrijzinnig en orthodox eens bij elkaar? Het is moeilijk, lijkt hopeloos, maar het is ook hoopvol. Hoe we verder kunnen komen? In een volwassen relatie worden de polen erkend en veranderen beide. Dat geldt tussen mensen, dat geldt tussen God en de mens. De ontvankelijkheid daarvoor vind ik treffend verwoord in een gebed uit het oecumenische klooster Iona: Neem mij aan zoals ik ben, zuiver uit die ik zal zijn. Druk uw zegel op mijn ziel en leef in mij.

Publicatie: Drieluik mei 2017
Tekst: Pieter Spits
Foto: Dick Westerveld

Start met typen en druk op Enter om te zoeken

X